Japie Stam

Sommige mannen geven hun geslachtsorgaan een naam. Bijvoorbeeld Gerrit of Kees. Dan kunnen ze er makkelijker tegen praten. Niet dat zo’n ding wat terugzegt, maar toch. Er hangen heel wat belangrijke beslissingen af van monologen met Gerrit of Kees. Zo hoor ik mijn vorige vriendje in de badkamer zeggen: “Zo, Gerrit, wat zie je er strak uit, gaan we daar Geraldine eens lekker mee verwennen?” Ik vraag me eerst af tegen wie hij het heeft. Ik kijk stiekem om een hoekje, is hij aan het bellen? Nee hoor, hij staat alleen in de badkamer. Nog even een gesprek met zijn jongeheer voordat ie tussen de lakens schiet, om zichzelf wat moed in te praten. Als hij de volgende ochtend wakker wordt, licht hij eerst de lakens een tipje op en kijkt naar beneden. Zijn eerste woorden zijn weer gericht aan zijn trouwe makker… “Goedemorgen Gerrit, zo je hebt er weer zin in vandaag!” Ik zie me op die manier al mijn kut begroeten. Of er gezellig een babbeltje tegen houden. Misschien doen wij vrouwen zoiets niet omdat we er geen zicht op hebben.

Ja hoor, dat heb ik weer. Mijn nieuwste aanwinst noemt zijn grote vriend “Jaap”. Niet zomaar Jaap, maar Jaap Stam. Als ik hem vraag waarom hij deze naam kiest zegt hij: “Jaap Stam, want hij staat waar hij moet staan, hij heeft een keiharde kop en hij kan diep gaan.” Het klinkt veelbelovend voor iemand die zich verdedigend opstelt. Jaap Stam speelt blijkbaar een uitwedstrijd, hij voelt zich niet echt op zijn gemak. Na een bescheiden voorzet kopt hij in en voordat ik het weet staat ie met 1-0 voor. Beetje mijn eigen schuld want ik geef hem de gelegenheid en het is een schot voor open doel. Ik begrijp dat het ernst is met hem en besluit hem in zijn eigen vaktaal aan te spreken. “Ik voel me buitenspel gezet”, zo protesteer ik. “Jouw Japie Stam kan dan misschien wel prima de diepte in, maar ik verkies in dit geval toch liever een één-tweetje dan een solootje. Tenslotte is dit een teamsport”. Ik nodig hem uit om ‘na de thee’ met hernieuwde energie aan de gelijkmaker te gaan werken.

Blijkbaar windt het hem op dat ik zo opga in zijn belevenis. Hij mompelt iets van ‘goede tussenstand’ en verlaat de mat om in de keuken wat te drinken te halen. Ik ga ondertussen naar de badkamer op zoek naar een natte spons, zoiets wil op het veld ook wel eens wonderen verrichten. Nadat hij weer met twee glaasjes de slaapkamer binnenkomt stel ik hem voor om vertragingstactiek toe te passen, alvorens de wedstrijd te hervatten. Als een volleerde coach besluit ik hem vanaf de aftrap op bepaalde technieken te gaan trainen. Het lijkt er in het begin op dat hij leergierig is, maar na een tijdje komt hij met een rood hoofd tussen de lakens vandaan. Praten tijdens de wedstrijd verpest voor hem de sfeer, dat is wel duidelijk. Eerlijk gezegd is hij volledig uit zijn concentratie door mijn inlevingsvermogen, net als ik hem op haptonomisch verantwoorde wijze wat kunstgrepen wil bijbrengen. Japie Stam gaat met hangende kop naar de reservebank, Rubberen Robbie staat al aan de zijlijn te klaar om in te vallen. Ow, wat een heerlijk idee. Ik besluit de wedstrijd maar te zonder hem af te maken en geef de tegenpartij een penalty. De bal gaat op de stip en Rubberen Robbie kopt zonder moeite in. De volgende ochtend neem ik me toch maar voor om Japie Stam op de transferlijst te zetten. De eerste de beste vriend die ik voortaan betrap op een monoloog met zijn jongeheer zal ervan lusten. Die krijgt van mij direct de rode kaart!

De grap over Japie Stam zat ooit in een programma van Theo Maassen, het sprak tot mijn verbeelding en dat leidde tot dit leuke voetbalverhaal. Niet waargebeurd.